Nieuws
Filosofie
Organisatie & Contactpersonen
Reglementen
Praktische Info
1e Klasse
2e Klasse
3e Klasse
4e Klasse
Beker
Sporthallen
1e Klasse
Beker
Sporthallen
Forum
Archief
Links

427146
 

Praktisch

§1. Elke ploeg is te allen tijde volledig verantwoordelijk voor gedrag en daden gesteld door haar spelers en supporters. Respect voor de tegenstander, het zaalpersoneel en de zaalinfrastructuur staat centraal.

§2. Beide ploegen moeten een afdruk van deze reglementen bij zich hebben.

§3. De thuisploeg zorgt voor een niet-botsende zaalvoetbal en voor een scorebord. De stand wordt telkens aangepast door de ploeg die scoort.

§4. Een speler is speelgerechtigd nadat zijn naam op de website is ingevoerd, én hij nog niet voor een andere ploeg aantrad. Het opstellen van een niet-speelgerechtigde speler wordt bestraft met een 5-0 forfaitnederlaag.

§5. De hoofdkleur van het shirt van de veldspelers van een ploeg dient overeen te stemmen. De doelman dient door z’n kledij (handschoenen of kleur van shirt) duidelijk te onderscheiden zijn. Horloges, metalen sierraden of gipsverbanden zijn niet toegelaten.

§6. De wedstrijd dient ten laatste te beginnen 10 minuten na de start van het zaaluur, ook al is een ploeg nog onvolledig. Indien er geen waarnemer de tijdsopname voor z'n rekening neemt, dan dient deze zo te gebeuren dat ze voor beide ploegen controleerbaar is (stadionklok, gezamenlijke chrono, keukenwekker, ...). Beide speelhelften duren 25 minuten en zijn afgelopen zodra minstens één speler op het terrein het eindsignaal heeft gehoord. Een doelpunt geldt alleen als de bal de doellijn overschreed voor dat eindsignaal. Nadien mag enkel nog een eventuele strafschop worden genomen. Time-outs zijn niet toegelaten.

Speltechnisch

§7. Een fout kan geclaimd worden door de benadeelde ploeg of kan zelf aangegeven worden door de andere ploeg. Indien dit duidelijk hoorbaar én tijdens de betreffende fase (niet achteraf) gebeurt, dan moet het spel worden stilgelegd (als de claim na onderling akkoord onterecht blijkt mag de ploeg in balbezit het spel hervatten).

§8. Volgende fouten worden bestraft met een rechtstreekse vrije trap (strafschop bij een fout binnen het doelgebied):
- elke vorm van contact maken met een tegenstander (schoudercontact, obstructie, tegenaan lopen, aantrappen, duwen of slaan), dit omvat óók met bal aan de voet achteruit bewegen en zo contact maken met de verdediger;
- de bal langs achter afpakken (vanop gelijke hoogte mag wel) of tussen iemands benen wegtikken;
- als veldspeler een sliding of tackle uitvoeren, ook al is er geen tegenstander in de buurt en ook al is het slechts om de bal te passen, te schieten of binnen te houden;
- als doelman een sliding of tackle uitvoeren als er een tegenstander aan de bal is of er naartoe komt gelopen;
- de bal met hand of arm raken, behalve bij een aangeschoten bal of bij bescherming van gezicht of onderbuik;
- op de bal trappen wanneer die door de doelman wordt vastgehouden of tegen de grond geklemd.

§9. Een doelman die een doelbewust met voet of onderbeen gespeelde terugspeelbal met de hand raakt in zijn doelgebied wordt bestraft met een onrechtstreekse vrije trap op de doelcirkel, waaruit slechts gescoord kan worden als de bal werd geraakt door een andere speler.

§10. Bij een strafschop moet de bal op de doelcirkel liggen. De doelman staat op de doellijn en mag zijn voeten niet bewegen tot de bal getrapt is. De strafschopnemer mag zijn aanloop niet onderbreken. Alle andere spelers staan op minimaal drie meter van de bal en buiten het doelgebied. Bij niet-naleving wordt de strafschop overgenomen.

§11. Een bal buiten het terrein wordt weer in het spel gebracht door de ploeg die hem niet het laatst raakte (achterlijn = doelworp, zijlijn = intrap, achterlijn tegenstander = hoekschop). Wanneer hierover onduidelijkheid bestaat en intussen één van beide ploegen reeds aan het verder spelen was, dan moet het spel stilgelegd worden en dient de stilstaande fase na overleg hernomen te worden. Een bal tegen het plafond levert voor de tegenpartij een intrap op.

§12. Een doelworp van de keeper mag niet naar zichzelf gegooid worden en ook niet rechtstreeks in het andere doel. Bij een gewone uitworp (wanneer de bal niet over de achterlijn is geweest) mag dat wel.

§13. Bij een aftrap, intrap, vrije trap of hoekschop moet de bal stil liggen. Alle tegenstanders moeten minimaal drie meter afstand houden, maar als de ploeg in balbezit daar niet op wacht gaat het spel verder, zelfs als de bal terecht kwam op een tegenstander die te dicht stond. Uit een hoekschop of aftrap kan rechtstreeks gescoord worden, uit een intrap niet.

§14. Bij een wissel moeten beide spelers ter hoogte van de zijlijn handcontact maken.

§15. In volgende gevallen is het de verantwoordelijkheid van een ploeg om haar speler definitief te wisselen:
- bij een moedwillige fout met de intentie een open doelkans te verhinderen;
- bij een moedwillige fout die een ernstige blessure kan veroorzaken;
- bij geweldpleging.

§16. Indien er zich een gekwetste speler of een vreemd voorwerp op het terrein bevindt moet het spel stilgelegd worden. Nadien volgt een doelworp van de ploeg die in balbezit was.

§17. In een bekerwedstrijd neemt bij gelijke eindstand iedere ploeg 5 strafschoppen. Indien nodig nemen beide ploegen daarna telkens nog één extra strafschop tot er een winnaar is. Dit moet steeds gebeuren door dezelfde spelers als in de eerste reeks én in dezelfde volgorde.

Na de wedstrijd

§18. Bij een aantal wedstrijden beoordeelt een onafhankelijke waarnemer een aantal aspecten ivm sportiviteit:
- worden er veel fouten gemaakt, en worden die meestal zelf aangegeven of op z'n minst direct toegegeven?
- zijn de reglementen goed gekend door iedere speler en worden ze nageleefd?
- verloopt de communicatie met de tegenstanders op een vriendschappelijke manier?
- worden eigen spelers gekalmeerd of op fouten gewezen door de ploegverantwoordelijke en de ploegmaats?
- is de ploeg voldoende objectief bij het beoordelen van spelfasen?

Op basis hiervan kent de waarnemer een fairplay score toe aan beide ploegen, waarbij hij volgende schaal hanteert:
5: De perfecte wedstrijd. Slechts een paar overtredingen, bovendien allemaal zelf aangegeven of direct toegegeven.
4: Zeer sportieve wedstrijd, voldoende op bijna alle aspecten.
3: Vrij sportieve wedstrijd maar toch niet goed genoeg op enkele aspecten.
2: Niet zo'n sportieve wedstrijd. Te veel negatieve aspecten.
1: Duidelijk onsportieve wedstrijd. Zeer veel negatieve aspecten.
0: Extreem onsportieve wedstrijd. Schandelijke vertoning.

Ernstige incidenten of meningsverschillen kunnen tot drie dagen na de wedstrijd door de waarnemer of door een ploeg gemeld worden aan de Organisatie. Hierover wordt beraad door de Organisator, de desbetreffende Reeksverantwoordelijke en de Waarnemerscoordinator. Zij treffen op zo kort mogelijke termijn de nodige maatregelen.

Alle ploegen krijgen regelmatig tips om hun sportiviteit te verbeteren. Ook wordt enkele keren per seizoen de Fairplaystand bekendgemaakt. Voor "probleemploegen" kan deelname in het volgende seizoen in gedrang komen.

§19. Binnen de 24u na de wedstrijd moeten de ploegverantwoordelijken inloggen op de website en de uitslag, de eigen opgestelde spelers, en een fairplay score voor de tegenstander invoeren. De rangschikking gebeurt volgens aantal punten, gewonnen wedstrijden, doelsaldo, onderlinge duels, loting.